Onder de zwoele trompetklanken van muzikant Yamen Martini werd in De Grote Post de toon gezet voor de jongste editie van FAAR. De mysterieuze klanken vloeiden samen tot een rijke ouverture voor een openingsavond die volledig in het teken stond van verbeelding en reflectie. Gastvrouw Ruth Joos mocht een volle zaal verwelkomen voor een gesprek met drie “Verrekijkers”: kunstenaars die elk op hun eigen manier de grenzen van de toekomst en de troost opzochten.
Voor illustratrice Fatinha Ramos is kunst nooit een luxeproduct geweest, maar een overlevingsstrategie. Ramos werd geboren met de brozebottenziekte en bracht als kind eindeloze periodes door in ziekenhuisbedden. Haar potlood was in die tijd haar enige weg naar buiten.
“Toen ik klein was, lag ik vaak in bed, maar in mijn tekeningen kon ik lopen.”
Tekenen werd haar manier om vrijheid te ervaren. Die persoonlijke kwetsbaarheid vormt nog steeds de kern van haar oeuvre. Volgens Ramos is kunst de enige manier om empathie tastbaar te maken: "De enige manier waarop ik anderen kan raken, is door eerst zelf geraakt te zijn." Tijdens het festivalweekend deelde ze niet alleen haar inzichten over de helende kracht van kunst, maar toonde ze ook unieke, nooit eerder vertoonde kindertekeningen uit haar tijd in het ziekenhuis.
Theatermaker en schrijver Rebekka de Wit wierp een meer activistische blik op de wereld. Als overtuigd utopist onderzoekt zij hoe verbeelding maatschappelijke systemen kan kantelen. Haar meest prikkelende stelling van de avond? De stad moet dringend autovrij. Voor de Wit is de klimaatcrisis namelijk niet enkel een ecologisch probleem, maar vooral een symptoom van een ontwrichte gemeenschap.
“Eigenlijk rijden we rond in een geladen geweer.”
Rebekka de Wit wees op de absurditeit van onze publieke ruimte. We waarschuwen onze kinderen voor irrationele gevaren zoals haaien, terwijl we ze dagelijks laten opgroeien tussen machines van duizenden kilo’s. “We lopen rond in een bassin vol witte haaien,” stelde ze scherp. Ze daagde het publiek uit om de "autofetisjisme" van de afgelopen honderd jaar te doorbreken en de ruimte die we aan de auto hebben opgegeven, terug te dromen voor de mens.
Fotograaf Stephan Vanfleteren zorgde voor een beschouwelijke afsluiter. Terwijl Rebekka de Wit droomt van autovrije steden, gaf Vanfleteren lachend toe dat hij zijn wagen net hard nodig had voor zijn recente project ‘Transcripts of a Sea’. Maandenlang schuimde hij de kust af, vaak in de mist of de diepste duisternis.
Zijn werk gaat over wat buiten het kader blijft; over de complexiteit van de zee die je nooit volledig kunt vangen. Voor Vanfleteren zit de kunst niet per se in de techniek, maar in de pure aanwezigheid op het juiste moment.
“De grootste kunst van een foto was er zijn.”
Waar hij vroeger als jonge persfotograaf de rauwe werkelijkheid wilde documenteren, zoekt hij vandaag eerder naar rust. De jaren hebben zijn blik verzacht; hij ziet zichzelf nu eerder als een ‘troostfotograaf’ die beelden deelt die in eenzame bewondering zijn ontstaan.
Met deze drie uiteenlopende perspectieven werd FAAR geopend. Van de politieke utopie tot de diepe menselijke troost: de openingsavond bleek een perfecte uitnodiging om trager te kijken, beter te luisteren en samen na te denken over de wereld die we delen.
Redactie: Kato Delrue