"Welkom op deze maandagavond, op deze zondagmiddag.” Met die woorden opent Freek Vielen de slotvoorstelling van FAAR. Het concept is vertrouwd voor wie de Maandagavonden van De Nwe Tijd kent: verse soep bij het binnenkomen, nieuwe teksten op het podium en live muziek. Alleen gebeurt het deze keer niet op een maandag, maar op een zondagavond in Oostende. Een Maandagavond on tour-editie, én meteen ook de voorstelling van het nieuwe Maandagavonden-boek.
Tien jaar bestaan de Maandagavonden intussen. Wat ooit begon als een reeks wekelijkse bijeenkomsten rond tekst en muziek, groeide uit tot een eigen ritme, een soort ritueel van denken en luisteren. Dat jubileum mondt nu uit in een boek dat de vele teksten bundelt die door de jaren heen op maandagavond klonken.
De avond zelf voelt als een collage van stemmen en gedachten. Oostendenaar Johannes Lievens deelt zijn reflecties over tijd, herinneringen en engagement. Hij vertelt over een periode van klimaatactivisme waarin hij in een boom bleef zitten tijdens een bosbezetting, tot hij besefte dat die vorm van actie voor hem niet langer werkte. Tegelijk verwijst hij naar een vriend die zei dat hij “iets aan het worden was”. Een groeimoment die niet een definitief eindpunt kent, maar zoals een boom voor altijd zichtbaar blijft.
Tussen de teksten door transporteren bassist Martijn Vanbuel en de Braziliaanse accordeonist Vitor Gonçalves het publiek naar een bedachtzame plek, gedragen door zachte, jazzy en onverwachte klanken.
Ook Suzanne Grotenhuis leest een nieuwe tekst voor. Die ontstond de dag voordien, op haar vrije zaterdagnamiddag tijdens FAAR. Met een kleine leugen aan het thuisfront en een hotelkamer als toevluchtsoord kluisterde ze zich drie uur lang aan een schrijftafel, tot de tekst er in één adem uitkwam. Volgens Freek Vielen zegt dat ook iets over hun verschillende manieren van schrijven. Waar hij en Ellis vaak in een haat-liefdebeweging van stoppen en opnieuw beginnen werken, schrijft zij soms in één lange teug, tot alles eruit is.
Die vrije namiddag bracht haar ook samen met Rebekka de Wit. Terwijl ze eigenlijk op zoek waren naar een wekker voor haar voorstelling, belandden ze opnieuw in een gesprek over de autovrije stad. Het sijpelt ook door in de tekst die Grotenhuis diezelfde middag schreef: in Antwerpen had een circulatieplan de rijrichting in haar straat aangepast. Toen bewoners een klacht konden indienen, bleek dat die telkens vergezeld moeten zijn van een foto of beeld van de straat. Grotenhuis besloot er een wekelijkse gewoonte van te maken. Ze stuurde klachtenbrieven, telkens vergezeld van een tekening van haar dochter, waarin de straat verscheen zoals zij die zich voorstelde.
“Elke revolutie begint met taal.”
Hardop dromen over een andere stad, zo suggereert haar tekst, begint vaak klein: met woorden, met verbeelding en soms met een brief. Want ergens luistert er altijd iemand.
Aan het einde van de avond verschuift de aandacht naar het nieuwe Maandagavonden-boek. Ellis Meeusen neemt het publiek mee achter de schermen van het ontstaan ervan. Ze vertelt hoe het boek in enkele maanden tijd vorm kreeg, met een stroom aan teksten uit tien jaar Maandagavonden. Onder lichte tijdsdruk, tussen selectieprocessen, schrappen en kleurcodes in Excel-lijsten, kreeg de bundel op 14 december uiteindelijk vorm. Het resultaat brengt tien jaar aan gedachten en verhalen samen. Maar net zoals de avonden zelf is ook het boek geen strak afgewerkt geheel. Het blijft een verzameling stemmen die naast elkaar bestaan.
Wat uiteindelijk het meest blijft hangen, is de sfeer van de avond zelf. Een charmante chaos van woorden, muziek en bedenkingen. Zelfs kleine momenten horen daarbij, een baby die even begint te huilen, waarop Freek Vielen luchtig inspeelt. Het typeert de avond: er is ruimte om te praten, maar net zo goed om te luisteren. Een kleine lofzang op het samenzijn en op het blijven denken over morgen.