Tine Hens (Archief van mogelijk verlies), Dirk Holemans (Grondgenoten) en Linde de Vroey (Verwilderen) spraken samen met weervrouw Jacotte Brokken over het herstel van zowel ons ecologische systeem als onze gemeenschap. Ze stonden stil bij alles wat verloren is, maar ook bij hoe het beter kan in de toekomst.
Linde de Vroey, doctoraatsonderzoeker aan de Universiteit Antwerpen, steekt van wal. Haar boek en doctoraatsonderzoek thematiseren beide rewilding, een nieuwe trend in natuurbeheer die inzet op het herstel van ecologische processen. Denk bijvoorbeeld aan herbebossing of het herstel van waterlopen. Dit heeft ook culturele gevolgen, de Vroey gelooft dat een herstel van de natuur ook impact heeft op de harmonie tussen het individu en de samenleving.
Tine Hens pikt hier op in. We hebben, aldus Hens, last van collectieve afasie, onder de noemer van het shifting baseline syndroom. We weten niet beter dan onze huidige verschraalde wereld, waardoor we ons niks kunnen voorstellen bij hoe rijk onze omgeving ooit geweest is, we weten niet wat we missen. Net dit gebrek aan bewustwording is iets wat Hens uit de wereld wil helpen: “Hoewel we aangemaand worden vooral vooruit te kijken, is het belangrijk om achterom te kijken en niet te vergeten.”
Dirk Holemans, coördinator bij de sociaalecologische denktank Oikos, focust zich meer op de impact van landbouw. Onze voedingssector weet dat ons huidige voedsel en de werkwijze in de landbouw de mensheid ziek maakt, omdat het systeem enkel leefbaar is voor grote industriële monoculturen die werken op basis van pesticiden en kunstmest. Volgens hem moeten ze inzetten op het herstel van kwetsbare relaties: in de natuur zelf en tussen de mens en de natuur. “Want door de verschraling verliezen we veerkracht, net nu we die veerkracht echt nodig hebben”
“Als we terug willen gaan naar voedsel dat ons gezond maakt en houdt, moeten we terug naar een ander soort landbouw.”
Naar aanleiding van deze verschraling leest Tine een fragment voor uit haar boek Archief van een mogelijk verlies, over een reis die ze maakte naar Denemarken om naar een zwerm vogels te gaan kijken. Het gemis van een wilde natuur wordt deels opgevangen door wat men ecotoerisme noemt. Dat is paradoxaal, omdat toerisme net mee de oorzaak is van het verdwijnen van de natuur die men gaat opzoeken.
“Pas als iets zeldzaam is, wordt het bijzonder en speciaal.”
De zwermen die nu een toeristische attractie zijn in Denemarken, waren ooit in België ook aanwezig. Hens: “Zwermen zijn met dynamiet bestreden in België, we wilden ervan af, en nu gaan we er uitzonderlijk naar op zoek.” In haar boek gaat Hens daar dieper op in: ‘gewone’ verschijnselen in onze natuur die men voor lief neemt, terwijl ze dreigen te verdwijnen. Zo wil ze de reële dreiging van verlies doen afnemen. De paling bijvoorbeeld, mogen we nog eten - waardoor we denken dat die nog alomtegenwoordig is, terwijl de paling heel zeldzaam is omdat de vis enkel in het wild kweekt. Hierdoor is er illegale handel. “We moeten handelen voor iets zeldzaam wordt, we moeten handelen als iets nog gewoon is”, aldus Hens.
De Vroey ziet wel het belang in van ecotoerisme: “Er is iets in ons wezen dat verandert als we langere tijd in de natuur doorbrengen, het zijn belangrijke formatieve momenten – het is belangrijk om dat landschap op te zoeken om aan elkaar te herinneren wat we hier ooit gehad hebben.”
"Een scheiding tussen natuur en cultuur is geen lange termijnoplossing maar een laatste redmiddel."
Holemans gelooft niet in het onderscheid dat vandaag gemaakt wordt tussen natuur en cultuur. Zijn werk focust op het zoeken naar andere manieren van landbouw, die minder nefast zijn voor het klimaat en ons ecologisch systeem. Door de strakke scheiding tussen landbouwgebied aan de ene kant, natuurreservaat en stad aan de andere kant, alsof het ene niet effect heeft op het andere. Ook voor Hens slaat dit nergens op: “Natuurreservaten zijn een soort fictie – het minutieus monitoren binnen natuurreservaten is alsof de natuur op intensive care ligt. Als we die op een normale kamer willen krijgen moeten we onze manier van landbouw drastisch omgooien. Als we de globale milieudruk niet verlagen hebben we binnenkort ook geen reservaten meer,” aldus Holemans.
Holemans roept op tot een meer plantaardig dieet, omdat momenteel gigantisch veel van onze akkerbouw in functie van de vleesteelt is: “Er is nog nooit zoveel vlees gegeten als nu.” Als we de bodem herstellen en de natuur haar werk laten doen, wordt ons voedsel en bijgevolg de samenleving gezonder. Hens maakt hierbij wel een belangrijke kanttekening, en benadrukt dat de toegang tot gezonde voeding en kennis over een gevarieerd dieet een privilege is. Voor haar komt het dus ook neer op een sociale revolutie. Ze gelooft dat, naast de vleesconsumptie, er twee ogenschijnlijk simpele oplossingen zijn voor het probleem: we moeten allemaal wat stiller worden en de lichten uit doen. “De nacht zijn we kwijt omdat we bang zijn in het donker, en we zijn als mens te luid, terwijl dieren ook met elkaar moeten kunnen communiceren.” Ze sluit af met de term “aangeleerde hulpeloosheid”. Met onze vleesconsumptie en vliegtuiggedrag kunnen we wél het verschil maken: “We kunnen daar een enorme impact mee hebben, vanuit de dingen die je doet heb je ook impact op je omgeving.”