Tafelgesprek: Leven in Joegoslavië, een thuis in meervoud

Auteurs Deniza Miftari (Tussenin), Johan de Boose (Joegoslavië, kroniek van zes of zeven landen) en Raymond Detrez (Kosovo - de uitgestelde oorlog, De sloop van Joegoslavië …) gingen in gesprek over Joegoslavië: de regio, de conflicten en de diaspora.

Deniza Miftari schreef een boek over haar ervaring als vluchteling en het ontheemden van de Vlaamse en de Kosovaarse cultuur. Detrez is hoogleraar over oorlogen in Joegoslavië; de Boose schreef ook over Joegoslavië, boeken die volgens host Guido van Hengel zo rijk zijn dat je na het lezen het gevoel hebt dat je in Joegoslavië geweest bent.

“Naarmate ik ouder word mis ik het meer; het is een rode draad in mijn leven, het verlangen naar een thuis.”

Deniza Miftari

De Boose mist de veelzijdigheid van Joegoslavië, “Het prisma van Joegoslavië is weg, alle deellanden horen in zekere zin bij elkaar, terwijl jongere generaties niet meer op de hoogte zijn van die gedeelde geschiedenis.”

Detrez vindt het vooral jammer dat het federale systeem van Joegoslavië niet langer bestaat: "Ik heb het altijd betreurd dat het systeem op zo’n tragische manier uit elkaar is gevallen.”

Deniza

Een kleine geschiedenisles

Joegoslavië ontstond in 1918, meteen na de Eerste Wereldoorlog. Na de Tweede Wereldoorlog stichtte Tito de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië, waar de identiteit van de inwoners gedwongen werd gedefinieerd door het Joegoslavische socialisme. “Achteraf wordt er gesproken van diepgewortelde vetes, terwijl dit in de jaren 1960-1970 niet het geval was”, aldus Detrez. Miftari en haar familie kijken met een dubbelzinnige blik terug op de regeerperiode van Tito: “Joegoslavië was bijna een soort kwaliteitsmerk, producten waren duurzaam en van goede kwaliteit, men was trots om Joegoslaaf te zijn. Tegelijk voelden Kosovaren zich gevangen in een gouden kooi; het was heel mooi zo lang het duurde, maar de spanning was wel al langer voelbaar.”

Toen Deniza aankwam in België voelde het voor haar alsof er weinig aandacht was voor de geschiedenis van Joegoslavië. “De Eerste en Tweede Wereldoorlog werden op school besproken als iets uit een ver verleden. Oorlog was een soort ‘ver-van-je-bed-show’, terwijl er bij ons thuis vaak over gesproken werd, we volgden het nieuws op de radio en televisie. Dat gaf me het gevoel dat mijn oorlog niet erg of belangrijk genoeg was.”

6 of 7 landen?

De Boose wil in zijn boek aandacht besteden aan alle perspectieven op Joegoslavië, ook die waar hij het persoonlijk niet mee eens is. Veel Serviërs zien Kosovo niet als een eigen land, voor Johan is Kosovo net een onmisbaar stuk in de puzzel van Joegoslavië. Hij ziet de geschiedenis van Kosovo als iets waar we vandaag de dag uit kunnen leren. “Als we dat niet oplossen, omgaan met minderheden, waar gaan we dan naartoe?”

Van Hengel vraagt aan Miftari wat ze zou willen zeggen aan mensen die nu wegtrekken uit Kosovo, iets waar ze terughoudend over is. “Door ervaringen met mijn familie heb ik geleerd mezelf hierover bescheiden op te stellen. De omgekeerde beweging - mensen die teruggaan naar Kosovo - is iets wat onze diaspora verbindt, ik ben er dan ook van overtuigd dat iedereen die nu weggaat op een dag wel terug zal keren.” Deniza’s moeder maakte dezelfde keuze, omdat België voor haar nooit helemaal als thuis aanvoelde. “Ze is daar een ander mens dan ze in België is,” aldus Miftari.

De Boose spreekt van een brain drain: "Iedereen die weggaat gebruikt zijn capaciteit niet om het daar beter te maken.” Van Hengel oppert dat de oorlog in Joegoslavië wellicht “niet een echo van het verleden is, maar een proloog van de toekomst.” Detrez beaamt dit. “Het concept ‘identiteit’ wordt hier ook geëxploiteerd, er is religieuze intolerantie, racistische vooroordelen… Lange tijd verwachtte men dat de Balkan Europees zou worden, maar eigenlijk wordt het Westen ‘gebalkaniseerd.”

FAAR

Redactie: Lolo Heene