Sinds de publicatie van Generatie Angststoornis door sociaal psycholoog Jonathan Haidt, is het wereldwijde debat over de impact van de smartphone op jongeren heviger dan ooit. Tijdens FAAR gingen Nathalie Carpentier en relatietherapeut Rika Ponnet dieper in op de scherpe stellingen uit het boek. Een gesprek over versnipperde aandacht, de opkomst van de 'situationship' en de kunst van het echt aanwezig zijn.
De cijfers liegen niet: tussen 2010 en 2015 zag Haidt de mentale gezondheid van jongeren wereldwijd kelderen. De boosdoener? De massale overstap van een kindertijd vol fysiek spel naar een jeugd die zich hoofdzakelijk online afspeelt. Volgens Carpentier verliezen we hierdoor een generatie aan slaaptekort en oppervlakkige sociale contacten.
Rika Ponnet herkent dit patroon, zowel in haar praktijk als aan haar eigen keukentafel met twee tieners uit Generatie Z. "Alles gebeurt via berichten," stelt Ponnet. De drempel om elkaar nog echt te bellen is voor veel jongeren simpelweg te hoog geworden.
Volgens Haidt missen online interacties iets essentieels: ons lichaam. In de echte wereld communiceren we synchroon, met gebaren en mimiek. Online is dat contact gefragmenteerd. Dit zorgt volgens Ponnet voor een nieuwe vorm van onzekerheid.
“Jongeren voelen zich voortdurend bekeken en beoordeeld, ook als dat niet letterlijk gebeurt.”
Deze 'geïnternaliseerde blik' leidt tot een strak beeld van wat wenselijk is: meisjes focussen extreem op uiterlijk, terwijl jongens overspoeld worden met fitness-content. Het resultaat? Een groeiende verlatingsangst en een enorme schrik om zichzelf kwetsbaar op te stellen.
Die kwetsbaarheid vertaalt zich ook in de liefde. Ponnet ziet steeds vaker jongeren die blijven hangen in een ‘situationship’: ze zien elkaar wel, maar durven het geen relatie te noemen. De angst om officieel te kiezen is groot, mede door de constante online competitie en jaloezie die sociale media voeden.
Toch is de oplossing volgens Ponnet verrassend analoog. Ze pleit voor het herontdekken van de fysieke nabijheid.
“Ga wandelen. Als koppels naast elkaar wandelen, praten ze makkelijker. Je vertraagt, er is geen afleiding en er ontstaat vanzelf een gesprek.”
De grootste uitdaging van deze tijd is volgens Ponnet onze fysieke aanwezigheid. De loutere aanwezigheid van een smartphone op tafel herinnert ons er constant aan dat er "elders" nog iets gebeurt. Juist dat gevoel dat we nooit meer honderd procent ergens zijn is de kern van de huidige problematief.